De psychologie achter de strafschop

Inhoudsopgave

De psychologie achter een strafschop

Je ziet het tegenwoordig veelvuldig. Spelers die hun tijd nemen voor het nemen van de strafschop. Bewust de bal aan een ander geven, zodat het lijkt alsof hij hem gaat nemen, om vervolgens in alle rust de voorbereidingen te treffen voor de schop die genomen gaat worden.

Of je nu de grote stappen van Ronaldo waarneemt, het bewuste wachten na het eerste fluitsignaal, of het moed inpraten vlak voordat de strafschop daadwerkelijk genomen gaat worden: het zijn routines voorafgaand aan een beslissend moment. Mede dankzij Geir Jordet, een Noorse onderzoeker die veel werk heeft verricht rondom strafschoppen en de psychologie daarachter, hebben deze routines veel meer aandacht gekregen en door sportpsychologen worden ze aangemerkt als een pre-performance routine. En daarmee wordt ook de overtuiging ‘presteren onder druk kan je of kan je niet’ uitgedaagd.

Een strafschop nemen na afloop van een training, zonder enige vorm van druk, is inderdaad niet hetzelfde als het nemen van een strafschop tijdens een knock-outwedstrijd voor je land. En juist daarom klom ik in de pen, om jou te leren kijken met een 3D-bril tijdens de eerstvolgende strafschoppenreeks.

Het is de halve finale van een groot toernooi. De reguliere speeltijd en de verlenging zijn gespeeld. Het komt aan op strafschoppen.

De bal ligt op elf meter afstand, de speler loopt naar achter, de keeper beweegt op de lijn, fans bewegen in zijn ooghoeken, schreeuwen, zetten laserpennen in om zijn aandacht te vragen. En ergens achter hem staan tien teamgenoten.

Die voelen ver weg. Ver, ver weg.

Maar dit is niet waar het begint.

Het begint bij het loopje vanaf de middencirkel. Van de middenlijn naar de stip, twintig seconden misschien. Hij verliest mogelijk het besef van tijd, zijn hartslag zit al ruim boven de 125. Zijn benen zijn zwaar, zijn spieren zijn aangespannen.

In zijn hoofd draait iets wat hij niet kan uitzetten: links, rechts, door het midden, nee, vasthouden aan mijn trap.

Wat hij nu voelt, is voor een groot deel bepaald door wat er aan deze walk voorafging. Door wat er gelooft, getraind en geïnternaliseerd is over strafschoppen. En dat heeft in ieder geval met één overtuiging te maken.

De geschiedenis van de strafschop

Lang gold de strafschop als iets wat je ofwel kon, ofwel niet kon. Een kwestie van karakter, van lef, van geluk. De metafoor die daarbij hoorde was die van de loterij: je koopt een lot en hoopt dat het meezit, dat jij de gelukkige bent.

En die zin komt veelvuldig voor. Bij trainers van profclubs, bij amateurteams die spelen voor promotie en bij analisten en mensen in de kroeg. De loterij-metafoor heeft iets aantrekkelijks. Het beschermt tegen falen: je bent in één klap niet meer verantwoordelijk voor de uitkomst. Missen is simpelweg pech, het zat niet mee vandaag. En als het toch toeval is, hoef je er ook geen serieuze arbeid voor te verrichten.

Dit staat ook wel bekend als een vorm van self-handicapping: jezelf indekken, voorafgaand aan een evaluatiemoment, om de pijn van falen te verzachten. Maar daarmee zit je je eigen ontwikkeling in de weg en daarmee ook een toekomstig resultaat.

Geir Jordet, hoogleraar psychologie en voetbal aan de Noorse Sporthogeschool en ’s werelds meest geciteerde onderzoeker op het gebied van strafschoppen, heeft twintig jaar lang data verzameld over dit onderwerp. Zijn conclusie in Pressure: Lessons from the Psychology of the Penalty Shootout (New River, 2024) is ondubbelzinnig: de loterij-overtuiging is gevaarlijk om uit te spreken. Ze nodigt spelers uit om de controle uit handen te geven, terwijl regie houden de sleutel is tot een hogere slagingskans.

De ommekeer

En dat heeft een naam in de psychologie: contingency beliefs. De overtuiging dat uitkomst en gedrag niet met elkaar samenhangen. En als je dat gelooft, stop je met je inspanning. Je brein trekt de logische conclusie: als het toch niets uitmaakt wat ik doe, waarom zou ik dan nog een inspanning leveren?

Het Engelse nationale team verloor zes van de zeven strafschoppenreeksen op grote toernooien. Hun conversieratio is de laagste van alle grote landen. En wat zeiden Engelse trainers, spelers en media al decennialang over strafschoppen? Dat het een loterij is, dat je er niets aan kunt doen.

Duitsland won tot dusver elke strafschoppenreeks op een WK, al ging het bij het laatste EK mis. Kijken we naar de WK’s dan werden er van de achttien genomen strafschoppen maar één gemist. Ze noemen het Nervenstärke, ofwel zenuwkracht, iets wat je kan ontwikkelen. En daarmee verklein je de kans op pech.

Dat verschil zit niet enkel in de benen. Het zit vooral in wat beide landen over strafschoppen geloven. 

Het is alsof je met de loterij meedoet met één lot of met dertig. De uitkomst is nooit zeker, maar de kans is een andere.

Southgate

Gareth Southgate wist dat. Op een EK miste hij zelf een beslissende strafschop, draaide zich om en liep vijftig meter alleen terug. Dat beeld heeft hij onthouden. Toen hij bondscoach werd in 2016, richtte hij een taskforce op samen met Jordet. Het antwoord zat in de structuur: elke schutter wist vooraf zijn plek in de reeks, op de middenlijn wachtte een vaste buddy. Raak of mis, je was er voor elkaar. Op het EK ‘24 scoorden alle vijf de Engelse schutters. Voor het eerst in de geschiedenis.

Als strafschoppen een loterij waren, zou niets van wat volgt waar zijn.

Routine werkt. Spelers met een vaste pre-kick routine scoren significant vaker dan spelers die improviseren. Een loterij heeft geen routine nodig, een vaardigheid wel. Jorginho’s shuffelstap is met voorbedachten rade, het is zijn strategie.

Timing voorspelt uitkomst. De tijd tussen het fluitsignaal en de schop hangt samen met de kans op scoren. Spelers die zichzelf de regie geven, die zelf bepalen wanneer ze klaar zijn, scoren vaker. Spelers die het fluitsignaal laten bepalen wanneer zij klaar zijn scoren minder.

Druktraining werkt. Sporters die onder stressvolle omstandigheden oefenen, presteren beter onder druk dan sporters die dat niet doen. Als het een loterij was, zou training niets uitmaken.

De winnende of niet verliezende strafschop. Spelers die de winnende kunnen maken voor hun land scoren vaker dan de strafschop waarbij een speler het team dient te behoeden voor verlies. De bekende mindset-verschillen tussen: speel je om te winnen of om niet te verliezen?
Het frappante is dat veel strafschopnemers die zijn bevraagt door Jordet vooral: niet wilde missen. (dit gaat om de absolute topvoetballers uit diverse landen)

Regie is de sleutel. Er is een fundamenteel verschil tussen keeper-afhankelijke en keeper-onafhankelijke strafschoppen. Een keeper-afhankelijke schop, wachten op wat de keeper doet en daarop reageren, is onder hoge druk een stuk lastiger uit te voeren en te trainen. Haaland en Lewandowski zijn voorbeelden van spelers die een keeper-afhankelijk strategie hebben en een enorm hoog conversiepercentage hebben (>84%).

Haaland is altijd open geweest hierover, zo liet hij o.a. weten: ‘Ik ben altijd strontnerveus voor dit soort momenten, het zou gek zijn als dat niet zo is.’
Hierbij gebruikt hij ook een bekend psychologisch fenomeen: If you can name it you can tame it. (het opmerken & benoemen van spanning is de eerste stap op het te leren reguleren).

Regie werkt ook vanuit de keeper, zoals we zagen bij Enzo Martínez tijdens het vorige WK. Hij hield altijd grip op de bal, speelde daarmee een spelletje met de volgende strafschoppennemer en hield daarmee regie over het moment.

Allemaal wijzen ze in dezelfde richting: bij de overtuiging dat het een loterij is, ontsla je jezelf van eigenaarschap en inspanning, bij het geloof dat het een vaardigheid is, neem je regie en vergroot je je kansen aanzienlijk.

Mijn praktijkervaring

Tijdens mijn twee jaren bij de KNVB, was ik actief bij de O18 en O19. Vanaf het eerste moment hebben we aandacht besteed aan strafschoppen. En dat is belangrijk: want als we er pas mee op de proppen waren gekomen op het moment dat het überhaupt een optie zou zijn, zouden we paniekvoetbal spelen en het ook vanuit de gedachte hebben gedaan alsof het niet echt te trainen valt. Trainen is een fundamenteel onderdeel, door de jaren heen, zodat je kan verbeteren en daarmee uitstraalt: wij kunnen hierin ontwikkelen.

Zo hebben we verschillende trainingssessies besteed hieraan. Met geluiden van het stadion, het loopje vanaf de middenlijn, de disruptie op het moment dat ze op de stip stonden door rekensommen mee te geven of een ander soortige vraag te stellen, camera’s vanuit verschillende hoeken en een hartslagmeter. En wat bleek?

De hartslag steeg gemiddeld met veertig slagen per minuut tijdens de aanloop van de middenlijn naar de stip; veertig slagen. Zonder dat er ook maar een bal was geraakt, alleen het loopje en de verwachting van wat er komen gaat. En dat is dus ook trainen met druk, disruptions en verwachtingen. Hoe vaker je dat herhaalt, hoe beter je lijf leert: onder deze omstandigheden kan ik mezelf refocussen.

Jordet gebruikt hiervoor de term vaccin. Een vaccin geeft je een kleine, gecontroleerde dosis van precies datgene wat je vreest. Zodat je lichaam weet wat er komen gaat. Zodat er een referentiepunt is, zodat de druk herkenbaar is in plaats van overweldigend.

Dat is wat de beste strafschoppentraining doet. Heet geeft het lichaam een vaccin, en maakt de simulatie-oefening zo realistisch dat het lichaam haar niet meer (of minder) van de echte situatie kan onderscheiden.

En er zit nog iets in de contingency-overtuiging wat zelden benoemd wordt. Spelers die de uitkomst aan geluk toeschrijven, ervaren diezelfde lichamelijke spanning als schadelijker voor hun prestatie. Dezelfde hartslag van 150, maar de een leest het als gevaar, de ander als activering. De overtuiging verandert letterlijk hoe het lichaam de druk interpreteert. En ook daar is Haaland getraind in geraakt.

Dat heeft tegenwoordig een naam: stress is enhancing mindset. Je ziet stress als helpend, bij focus en je prestatie in het hier en nu.

Als je stress als niet helpend ervaart, dan ga je je anders gedragen.

Wat zegt de data?

Jordet filmde honderden strafschoppen op WK’s, EK’s en in de Champions League. Hij bekeek niet alleen de schop zelf. Hij bekeek alles eromheen. De walk; de blik; de tijd tussen het fluitsignaal en het moment van schieten; de manier waarop een speler loopt naar zijn aanloop.

En hij zag iets wat niemand eerder zo scherp onder woorden had kunnen brengen in de voetballerij.

Spelers die onder hoge druk staan, vertonen vermijdingsgedrag. Ze draaien hun rug naar de keeper, ze verhogen hun tempo om de schop zo snel mogelijk achter de rug te hebben, ze kijken weg, ze maken zichzelf klein. Alles in het lichaam zegt: weg hier: zo snel mogelijk weg.

Die spelers blijken aantoonbaar vaker te missen. Spelers die hun voorbereiding en aanloop versnellen onder druk, converteren twintig procent minder strafschoppen dan spelers die de tijd nemen. Dat is een patroon na het analyseren van duizenden strafschoppen.

De tijd tussen het fluitsignaal en de schop is misschien wel de meest veelzeggende maatstaf die er is. Engeland had van alle grote landen de kortste fluitsignaal-naar-schop-tijd, ze willen er zo snel mogelijk van af. En ze laten het fluitsignaal bepalen wanneer zij klaar zijn, in plaats van andersom. Het fluitsignaal is niet het startsignaal van de 100 meter.. Daarmee geef je de regie uit handen en geef je toe aan de loterij.

De vraag is niet of die druk er is, die is er, altijd, juist wanneer het betekenisvol is en er veel op het spel staat. De vraag is wat je ermee doet.

 

Waar kan ik naar kijken?

Als je in de komende weken naar een strafschoppenserie kijkt, let dan eens op het volgende:

  1. Waar gaan de ogen naar uit?
  2. Wie heeft er regie: de keeper of de speler?
  3. Hoe lang duurt het voordat de strafschop wordt genomen na het fluitsignaal?
  4. Is er een bepaalde routine op te merken?
  5. Welke penalty is het? Een strafschop om te winnen of niet te verliezen?
  6. Je eigen bril en biases…

*Uiteraard kan je voor hij ook zij gebruiken. Maar aangezien nu het WK voor mannen aan de gang is, en het in dat licht is geschreven heb ik gekozen voor hij.

Andere blogs

Bekijk alle blogs die ik heb geschreven.

Blog
Tim Koning

Ubuntu en het succes van O19

Terwijl het grote Oranje op het WK voetbal jaagt op die ene beker die nog ontbreekt in de Nederlandse prijzenkast, blikt Tim Koning terug op de reis die hij maakte met Oranje onder 19. Die ploeg won een jaar geleden de Europese titel in hun leeftijdscategorie. Samen met bewegingswetenschapper Willem-Paul Wiertz analyseert hij het proces, waarin Ubuntu en eigenaarschap centraal staan.

Lees verder ►